Het type plafond bepaalt de werkwijze, het gereedschap en de hoeveelheid materiaal die vrijkomt. Hieronder de varianten die wij het meest tegenkomen.
Verlaagd plafond verwijderen
Een verlaagd plafond is ooit aangebracht om leidingen weg te werken, spots kwijt te kunnen of een hoge ruimte behaaglijker te maken. Het bestaat meestal uit gipsplaten of schrootjes op een regelwerk van hout of metaal. Eerst gaat de beplating eraf, daarna het regelwerk. Vaak komt daarachter het oorspronkelijke plafond tevoorschijn, dat in wisselende staat verkeert. Wij bespreken vooraf of dat blijft zitten of alsnog meegaat.
Gipsplafond verwijderen
Gipsplaten laten zich goed verwijderen, maar geven veel fijn stof. Bij plafonds die zijn afgewerkt met stucwerk of meerdere lagen verf zitten de platen soms stevig vast aan de ondergrond en blijven er schroeven en restanten achter in het regelwerk. Wij halen dat na, zodat er een vlakke ondergrond overblijft waar direct op verder gewerkt kan worden.
Stucplafond en stuc op riet
In vooroorlogse woningen zit het pleisterwerk vaak op een rietmat tegen de balklaag. Dat is de meest vervuilende variant om weg te halen. Er komt veel gruis vrij, het riet is scherp en de rommel verspreidt zich razendsnel. Wij isoleren de ruimte daarom volledig, vangen het materiaal direct op en voeren het gescheiden af. Blijft het rachelwerk zitten voor het nieuwe plafond, dan werken wij daar omheen.
Betonnen plafond en houten balklaag
Bij een betonnen plafond gaat het meestal niet om het plafond zelf maar om de afwerking, de isolatie of het brandwerende materiaal ertegenaan. Bij een houten balklaag ligt dat anders, omdat de balken constructief zijn en intact moeten blijven. Moet er wel in het beton gewerkt worden, bijvoorbeeld voor een sparing of een doorvoer, dan is zaagwerk een betere keuze dan breekwerk, omdat de omliggende constructie dan onaangetast blijft.